Één museum, twee gezichten
Museum Vekemans > Collecties > Wasschen & Strijken
09-museum-vekemans-57.jpg 13-museum-vekemans-53.jpg 14-museum-vekemans-52.jpg 19-museum-vekemans-46.jpg 11-museum-vekemans-55.jpg 07-museum-vekemans-59.jpg 15-museum-vekemans-51.jpg 03-museum-vekemans-63.jpg 04-museum-vekemans-62.jpg 06-museum-vekemans-60.jpg 05-museum-vekemans-61.jpg 17-museum-vekemans-49.jpg 16-museum-vekemans-50.jpg 01-museum-vekemans-65.jpg 12-museum-vekemans-54.jpg 02-museum-vekemans-64.jpg 18-museum-vekemans-48.jpg 20-museum-vekemans-45.jpg 10-museum-vekemans-56.jpg 08-museum-vekemans-58.jpg

Collectie Wasschen & Strijken previewimpressie

De collectie "Wasschen en Strijken" van Museum Vekemans bestaat uit schilderijen, prenten en gravures, beelden en een flink aantal ambachtelijk gemaakte strijkbouten. Verder talrijke antieke wasmeubels en mangelplanken. Samen vormen ze het verhaal hoe wij leefden vanaf 1600 tot nu.

 

Veranderingen en stilstaan

Rond de Middeleeuwen brachten welvarende burgers hun wasgoed naar washuizen. Niet iedereen kon zich deze luxe veroorloven. Veel vrouwen wasten één keer per maand drie dagen achter elkaar. Dit zware werk gebeurde allemaal met de hand. Eerst werd een tobbe met water gevuld. Het wasgoed werd geweekt in zeepsop. Met een schuurborstel schrobde men de extra vuile was op een wasbord schoon. De vrouwen spoelden het wasgoed uit in vier tobbes. Vervolgens werd de was gebleekt, gedroogd en gestreken of gemangeld. Niet alleen op de schilderijen, prenten en tekeningen, maar ook aan de gebruiksvoorwerpen is te zien dat er van 1600 tot 1820 haast niets veranderd is in de leef- en werkomstandigheden. Vrouwen doen op dezelfde wijze de was, maar dragen wel andere kleding. Als wij de strijkijzers uit twee totaal verschillende periodes nader bekijken, kunnen we ook hier echt geen verschillen ontdekken.

 

Maandag wasdag, ode aan de wasvrouw

Zij stopt de vuile week in 't sop

schrobt de hemden zonder mouwen

spoelt de streken van de dagen

met groene zeep, rode knokkels

wringt ze leed uit kussenslopen

zakdoeken huilen op haar schouder

liefs laat ze van lakens bleken

 

De dagen hangen aan hun eindjes

gisteren wappert aan knijpers in de wind

dapper wast de wasvrouw alles wat was

al weet ze: morgen weer van voren af aan

 

Wat later op haar wasboord belandt

ziet ze dan wel, duwt nog een etmaal door

de mangel, ook die plooit zich naar haar hand

ze strijkt de kreukels glad, legt de dagen

op een schone stapel in de kast

 

(Gedicht van Matje Meijers uit Boxtel, aangebracht op de ingang van Museum Vekemans en op 8 april onthult door Mevrouw M. Lestrade, wethouder van de gemeente Boxtel)

 

Ontwikkelingen

Vroeger hadden mensen geen wasmiddel dat ‘witter dan wit’ waste. Helaas verdwenen niet alle vlekken met water en zeep. Daarom bleekten de mensen hun wasgoed. Al voor de Middeleeuwen bestonden er speciale blekerijen voor ‘natuurbleek’. Wasgoed werd op grasvelden rond de blekerij uitgespreid. Arbeiders hielden het wasgoed vochtig. Het wasgoed bleekte automatisch door inwerking van de zuurstof diee vrijkomt uit de ozon in de lucht tussen het wasgoed en het gras. Door de overmaat aan zuurstof verbrande het restvuil dat nog aanwezig was in het wasgoed. Vanaf 1850 gebruikten mensen blauwsel, beter bekend als het ‘zakje blauw’. Door het blauwsel lijkt witte kleding witter. Het is namelijk optisch wit dat reflecteert met het daglicht. Tegenwoordig zit bleekmiddel en optisch wit in het waspoeder verwerkt.

 

In de tweede helft van de 19de eeuw kwam de stoommachines in zwang. Er werden kolen gebruikt voor de opwekking van stoom in die machines. Het gebruik van petroleum, spiritus en gas nam eveneens toe . Aan het einde van diezelfde 19de eeuw kwam er elektriciteit en het gebruik van de elektromotor. Dit alles heeft effect gehad op de ontwikkeling van wasapparatuur en strijkgereedschappen.

 

Sinds de mensen kleding dragen, moet er gewassen en gestreken worden. De oudste strijkgereedschappen waren likstenen of strijkglazen (11de eeuw). Zelfs in de 20e eeuw werden nog likstenen gebruikt en werden mutsen en andere hoofddeksels met likstenen gestreken (Marken, Volendam). Door tegelijkertijd te wrijven en te drukken, werden stoffen glad gemaakt. In de 13e en 14e eeuw ontstonden er keramische strijkbouten en houten mangelplanken. Met dit alles werd er koud gestreken. In het midden van de 16de eeuw deden de bronzen en smeedijzeren strijkbouten hun intrede, waardoor het mogelijk werd om warm te strijken.

 

Vanaf de Gouden Eeuw tot halverwege de 20e eeuw was strijken een ingewikkelde activiteit. Dat lag niet alleen aan de strijkattributen waarover men toen beschikte, maar vooral aan de ingewikkelde en vaak tere kledingstukken en klederdrachten. Die kledingstukken gaven dames en heren aanzien. Maar het strijken was heel veel werk! Tot de komst van gas en elektriciteit hebben mensen zo’n 250 tot 300 jaar lang gezocht naar een oplossing voor het verwarmen van de strijkbout.

 

Keramische en ijzeren bouten

Op een schilderij uit 1660 (!) staat op de keukenkast een keramische bout. In onze collectie hebben wij er twee. Ze zijn van gebakken klei en geglazuurd. In diezelfde periode vinden we ook ijzeren bouten. Misschien ligt hier het keerpunt? Ieder dorp had vroeger een eigen smid, die altijd originele bouten smeedde, meestal in opdracht. Daarom zijn veel bouten unica en vormden ze ook een interessant verzamelthema.

 

Kunst

Strijkijzers waren gebruiksvoorwerpen, maar kregen door de tijd heen iets kunstzinnigs. Ze werden gegraveerd, er werden tekeningen, spreuken, persoonlijke opdrachten en namen op aangebracht. Ook werden ze als huwelijkscadeau gegeven. Mangelplanken werden na gebruik opgehangen als decoratie aan de wand. Voor veel kunstenaars is wassen en strijken een geliefd onderwerp geweest, getuige de vele schilderijen over dit thema. Ieder schilderij vertelt een eigen geschiedenisverhaal.