Één museum, twee gezichten
Museum Vekemans > Nieuws

topstuk van de maand november 2021

  
Voor de maand november hebben we gekozen voor 
 
De MANGELPLANK
 
Na het wassen volgt het strijken. Hoewel: dankzij de ontwikkeling van kreukvrije stoffen verdwijnt ook deze huishoudelijke bezigheid steeds meer. Maar voorlopig blijven we toch nog wel strijken, zoals dat al meer dan een millenium het geval is.
Tegenwoordig gebruiken we bij voorkeur een stoomstrijkijzer, maar in de beginperiode van het strijken, zo rond 800 werd er alleen koud gestreken, want er waren nog geen gereedschappen om dat met warmte te doen. Koud strijken betekende met hard drukken en wrijven proberen de kreukels uit het textiel te krijgen. Daarvoor gebruikte men in eerste instantie zogenaamde likstenen - halve glazen bollen - waarmee hard over het stof werd gewreven. Vanwege het resultaat werd dit ook wel glanzen genoemd.
Maar onze voorvaderen waren inventief en bedachten andere methoden om het linnengoed mooi glad te krijgen.
Vanaf de 16e eeuw werden zognaamde linnenpersen ontwikkeld. Dat waren meubelstukken, waar de gevouwen textiel laag voor laag tussen brede planken werd gelegd. Daarna werd met een splindel druk op de planken gezet. Omdat linnen de eigenschap heeft dat het onder druk gaat glanzen, werd zo mooi tafellinnen verkregen. Hoewel ze normaal gesproken in de linnenkamer stonden, waren linnenpersen vaak fraaie meubelstukken, die kunstig waren bewerkt.
Een andere manier van "strijken" was het zogenaamde mangelen. Dat kon op twee manieren.
Eind 19e eeuw komt de huishoudmangel op de markt. Hierbij wordt het textiel tussen twee houten rollen geperst, die via een zwengel konden worden gedraaid. De rollen zijn bevestigd in een gierzijzeren frame en konden worden aangedraaid, afhankelijk van de dikte van het textiel.
Een andere manier was om het textiel om een (houten) rol te wikkelen en die met grote druk op en neer te rollen. Vanaf de 18e eeuw werd in gegoede families voor grote stukken goed, zoals beddengoed en tafellakens, vaak een trekmangel gebruikt. Een trekmangel bestaat uit een houten frame met een vlakke onder-tafel. Daarboven is een kist gemonteerd, die voor het gewicht meestal gevuld was met stenen. Onder de kist worden dan twee rollen met daaromheen het te mangelen textiel gelegd. Door een mechanisme wordt de kist in de lengterichting over de onder-tafel heen en weer bewogen en door de druk wordt het textiel kreukvrij en gaat het linnengoed glanzen.
Voor het kleinere wasgoed gebruikte men een mangelplank. Dat is een plank van ongeveer 70 cm lengte en 10 tot 15 cm breedte met in elk geval één gladde kant. Ook hierbij wordt textiel om een rol gewikkeld en met de plank over een vlakke ondergrond op en neergerold.
Behalve als praktisch gebruiksvoorwerp diende de mangelplank vaak ook als sieraad. Wanneer een man het voornemen had te trouwen, bewerkte hij vaak één zijde van de mangelplank met houtsnijwerk om dat als huwelijkscadeau te geven aan zijn geliefde. Dat leverde prachtige voorbeelden op van hoogstaande volkskunst, zoals op de foto is te zien.
Overigens kwam de mangelplank alleen in het noorden van ons land voor en in Scandinavië en IJsland. De planken uit noord Europa zijn vaak beschilderd en hebben dikwijls een greep in de vorm van een paard.
In ons museum staan verschillende huishoudmangels en een originele trekmangel, afkomstig uit een voormalige wasserij. Maar we zijn met name trots op onze prachtige linnenpersen en onze ruime verzameling zeer fraaie mangelplanken. Die kunt u natuurlijk digitaal bekijken, maar wij nodigen u uitdrukkelijk uit om ze ook persoonlijk te komen bewonderen.
 
 
 
Terug naar Nieuws